NRC & NRL RabiŽs virus

Wetenschappers 
Dr. Bernard Brochier
Tel : 02 373 31 61
Fax: 02 373 32 86
bernard.brochier@wiv-isp.be
 
Ir Sanne Teryn
Tel : 02 373 33 52
 
 

Achtergrond

Rabiës is een dodelijke hersenziekte die wordt veroorzaakt door een infectie met het rabiësvirus. De verschillende facetten van deze ziekte worden uitstekend beschreven in de video’s van “The Global Alliance for Rabies Control”.
 
Tijdens de pre-symptomatische fase, die weken tot jaren kan duren, is het niet mogelijk om een diagnose van de besmetting te stellen. Het virus is nog niet aantoonbaar en er is geen seroconversie tijdens deze fase. Het heeft dus geen zin om een bloedonderzoek aan te vragen om besmetting uit te sluiten na een beet van een verdacht dier.
Zodra er symptomen optreden is de ziekte nagenoeg 100% dodelijk. Sterfte treedt op 1-3 weken na het verschijnen van de eerste symptomen.
 
Een dier met verdachte symptomen wordt best geëuthanaseerd of in quarantaine geplaatst tot de dood optreedt. Indien het dier herstelt tijdens de quarantaineperiode gaat het niet om rabiës, aangezien de ziekte nagenoeg 100% dodelijk is.
 
Personen met symptomen van virale encefalitis en een anamnese van een beet door een verdacht dier, terugkeer uit een besmet gebied of contact met een vleermuis zijn verdacht.
 
 

Objectieven

Het laboratorium is erkend als Nationaal Referentielaboratorium (NRL) voor Rabiës door het FAVV en als Nationaal Referentiecentrum voor Rabiës (NRC) door het RIZIV (NRC). Het rabiëslaboratorium is verantwoordelijk voor:
  • de diagnose van rabiës bij mens en dier
  • onderhoud van een basissurveillance van rabiës om de rabiësvrije status van België te garanderen
  • de vroege detectie van een eventuele herintroductie, bv. door illegale invoer van een besmette hond
  • antistoffenonderzoek ter controle van de vaccinatie-immuniteit bij mens en dier
  • onderzoek en ontwikkeling van betere methodes voor diagnose, preventie en behandeling van rabiës en virale encefalitis
 
 

Surveillance

Sinds de jaren zestig tot de jaren negentig woedde er een epidemie van rabiës bij vossen in het zuiden van het land.
Door intensieve vaccinatiecampagnes op het einde van de jaren tachtig en gedurende de jaren negentig was het mogelijk om deze epidemie bij vossen te elimineren.
 
Vaccins voor orale vaccinatie van wilde vossen
 
    
Jonge nestverlaters spelen met vaccin
 
    
Het laatste geval van vossenrabiës werd vastgesteld bij een rund uit Bastogne in 1999. Twee jaar later (2001) werd België officieel vrij verklaard van het klassieke rabiësvirus.
 
Het onderhouden van een basissurveillance voor rabiës is nodig voor het behoud van de rabiësvrije status.Volgends de OIE is een land officieel rabiësvrij indien er twee jaar lang geen inheems geval van rabiës werd vastgesteld en indien er een doeltreffend surveillancesysteem in werking is dat een rabiësvirusinfectie uitsluit bij verdachte dieren en relevante indicatordieren. De OIE definitie slaat enkel op het klassieke rabiësvirus, maar niet op de verwante rabiësvirussen bij vleermuizen (EBLV-1 en -2).
 
Rabiëssurveillance in België.
 
De eliminatie van rabiës bij wilde dieren is een langzaam en duur proces en herintroductie moet absoluut vermeden worden. Dit kan best door strenge regels op te leggen voor invoer van dieren uit risicogebieden
 FAVV -  info consumenten : Reizen met gezelschapsdieren 
 
 
Wilde wasbeer uit de provincie Luxemburg aangeboden voor rabiësdiagnose in 2009.
 
 

Recente gevallen van rabiës bij honden in België

Twee importgevallen van rabiës werden vastgesteld in België sinds de eliminatie van rabiës bij Belgische vossen.
 
Een eerste geval (2007) betrof een hond die werd ingevoerd vanuit Marokko. Verschillende personen werden gebeten of gekrabd of hadden oppervlakkig contact gehad met het dier tijdens de besmettelijke fase. In totaal moesten 41 personen behandeld worden met antirabiës vaccins. Zeven werden ook behandeld met antistoffen. Eén contactdier werd ge-euthanaseerd en vele andere dieren werden preventief gevaccineerd en onder observatie geplaatst door het FAVV.
 
Een jaar later (2008) werd een tweede geval van rabiës vastgesteld bij een hond in Brussel die ingevoerd werd vanuit Gambia.
 
In beide gevallen werd de rabiësvrije status van België ingetrokken gedurende 6 maanden. Aangezien de intense surveillance in de risicozone geen secundaire gevallen aan het licht bracht, werd België opnieuw rabiësvrij verklaard 6 maanden na elk importincident.
 
 

Vleermuizenrabiës

Vleermuizen kunnen drager zijn van bepaalde lyssavirussen, die verwant zijn met het klassieke rabiësvirus, namelijk het European bat lyssavirus-1 (EBLV-1) en het European bat lyssavirus-2 (EBLV-2). Wanneer deze virussen andere zoogdieren of mensen besmetten kunnen ze eveneens rabiës veroorzaken.
 
Gelukkig is de kans op transmissie van vleermuizen naar andere soorten klein, in tegenstelling tot het klassieke rabiësvirus bij carnivoren. Overdracht is mogelijk door een krab of beet van een besmette vleermuis.
 

Een geval van vleermuizenrabiës werd bevestigd in september 2016 bij een laatvlieger vleermuis (Eptesicus serotinus), gevonden door een wandelaar in de gemeente Bertrix. De laatvlieger is de vleermuissoort waarbij het vaakst (>95%) rabiës wordt vastgesteld in Europa. Het is mogelijk dat gelijkaardige virussen ook bij een aantal andere soorten inheemse vleermuizen in België circuleren, zoals ook reeds gerapporteerd in onze buurlanden.

 
In 2010 stelde ons laboratorium een infectie vast bij een vleermuis uit Spanje die een persoon had gebeten. Dankzij preventieve vaccinatie en herhalingsentingen na de blootstelling kwam deze persoon er met de schrik vanaf.
 
Het is sterk aan te raden dat mensen, die zich omwille van hun hobby of beroep bezig houden met vleermuizen, zich laten vaccineren. Vaccinatie wordt best gevolgd door een bloedonderzoek om te verifiëren dat de bescherming voldoende hoog is (compendium LMM, aanvraagformulier antistoffentest meten vaccinatiebescherming).
 
 

Ontwikkeling en validatie van testen  

We investeren in het ontwikkelen van breed-spectrum diagnostische testen die toelaten om zoveel mogelijk verschillende virustypes in één staal te kunnen detecteren. Een generische RT-PCR test, die alle gekende lyssavirussen in één run kan herkennen, werd op punt gesteld door onze dienst. Een gelijkaardige test werd op punt gesteld voor de flavivirussen. Het is de bedoeling om met behulp van deze testen een beter beeld te krijgen van de verschillende virussen die hersenontsteking veroorzaken bij mensen en een introductie van exotische virussen te kunnen herkennen.

 

Onderzoek naar ziektemechanismen, preventie en behandeling

1. Onderzoek naar het voorkomen van zoönotische virussen bij vleermuizen
Het WIV heeft een netwerk uitgebouwd voor de surveillance van rabiësvirus bij vleermuizen in samenwerking met de Waalse vleermuizenvereniging Plecotus, de Vlaamse Vleermuizenwerkgroep van Natuurpunt, het INBO en het KBIN. Dode vleermuizen kunnen, met goedkeuring van de gewesten (beschermde diersoort), binnengebracht worden in het laboratorium voor staalname, opslag en identificatie. Verschillende stalen (hersenen, longen en darmen) worden opgeslagen in een weefselbank bij -80°C. Van elke vleermuis wordt een stuk vleugelhuid afgenomen voor genetisch soortonderzoek. Het surveillancenetwerk en de weefselbank zullen gebruikt worden om meer inzicht te krijgen in de eigenschappen en de epidemiologie van virussen die bij Europese vleermuizen circuleren.
 
Staalname bij vleermuizen voor de vleermuizenweefselbank
 
    
Vleermuizen die dood werden aangetroffen in een ziekenhuis en werden aangeboden voor rabiësonderzoek
 
   
Opslag van vleermuiskadavers bij -80°C
 
 
2. Ontwikkeling van nieuwe antivirale agentia
Wereldwijd sterven elk jaar ongeveer 55000 mensen aan rabiës. Het onderzoek naar een werkzame behandeling voor rabiës is dringend, maar rabiës is bovendien een ideaal model voor de behandeling van virale herseninfecties in het algemeen. Eén van onze onderzoekslijnen betreft de ontwikkeling en uittesten van nieuwe antivirale stoffen. Een veilig en diervriendelijk infectiemodel werd hiervoor op punt gesteld.
 
3. Onderzoek naar ziektemechanismen van virale encefalitis: van binnenkomst van een virus in het lichaam, invasie van de hersenen tot de inductie van hersenontsteking en symptomen
Dit onderzoek wordt onder andere gefinancierd door het FWO Vlaanderen en het Waalse FRIA. Er wordt onder andere bestudeerd wat de rol is van macrofagen bij het herbergen, verbergen en verspreiden van virussen in het lichaam. Daarnaast bestuderen we ook de mechanismen waarop het rabiësvirus de dood van zijn gastheercel induceert (apoptose) en de rol dat deze virus-geïnduceerde celdood speelt bij het ontwikkelen van een immuunrespons en hersenziekte.
 
 

Preventie rabiës en profylactische behandeling na verdachte blootstelling bij de mens: contact met ITG Antwerpen opnemen

 
 

Analyses

Dier:    
aanvraagformulier bloedtest honden en katten
aanvraagformulier diagnose
Mens:  
compendium LMM
compendium NRC
aanvraagformulier antistoffentest meten vaccinatiebescherming
aanvraagformulier diagnose
 
 

Antistoffenonderzoek ter controle van de vaccinatie-immuniteit bij honden/katten

Het rabiëslaboratorium is erkend door de Europese Unie om serologische tests uit te voeren ter controle van de doeltreffendheid van vaccinatie bij huisdieren. De gebruikte test is de Rapid Fluorescent Focus Inhibition Test (RFFIT), een test die neutraliserende antistoffen opspoort en kwantificeert.
 
De test is vereist voor de invoer van honden, katten of fretten vanuit risicolanden naar lidstaten van de Europese Unie. Meer informatie in verband met de regels voor internationaal transport van huisdieren staan op de website van de Europese Unie.
 

Antistoffenonderzoek ter controle van de vaccinatie-immuniteit bij mensen

Opgelet: antistoffenonderzoek in het bloed heeft geen diagnostische waarde voor het aantonen van een eventuele besmetting na contact met een verdacht dier.
 
Antistoffen worden wel bepaald in het kader van de controle van de vaccinatie-immuniteit bij mensen. Dit is in het bijzonder aan te raden voor: 
  • personen die hoog risico lopen, zoals laboratoriumwerkers
  • personen die contact hebben met vleermuizen (verzorging, tellingen, onderzoek,…):
    Uit voorzorgsprincipe raden we een minimumtiter van 5.0 IU/m en een jaarlijkse antistoffencontrole aan. Voor het klassieke rabiësvirus raden we een minimumtiter van 0.5 IU/ml aan. Vleermuizen kunnen echter besmet zijn met verwante rabiësvirussen waartegen de huidige vaccins slechts een gedeeltelijke bescherming bieden, vandaar dat wij hiervoor een hogere minimumtiter aanraden.
  • personen met een verminderde immunitei
  • post exposure profylaxis na contact met een verdacht dier
 
 

Rapporten en publicaties

Jaarlijkse surveillance van rabiës in België 2010
Jaarlijkse surveillance van rabiës in België 2011
Jaarlijkse surveillance van rabiës in België 2012
Jaarlijkse surveillance van rabies in België 2013
Jaarlijkse surveillance van rabies in België 2014
Jaarlijkse surveillance van rabies in België 2015
► Van Gucht S. & Le Roux I. 2008. Speuren naar rabies in the skye. Zoogdier 19(4): 20-23.
Wetenschappelijke publicaties
 

Posters

Follow up of a bite incident by a rabid bat infected with the European bat lyssavirus-1

 


Vorige bladzijde: NRC Norovirus
volgende bladzijde: NRC Salmonella en Shigella species