Informatie over Lymeziekte en andere ziekten overgedragen door teken : anaplasmose en tekenencefalitis

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
in samenwerking met
de Vlaamse Gemeenschap van België - Toezicht Volksgezondheid, Infectieziekten en Vaccinatie
en
de Referentiecentra :
U.Z. - Leuven
Cliniques St-Luc - Brussel

WIV-ISP - OD Overdraagbare en besmettelijke ziekten, Dienst Virale Ziekten

Militair Hospitaal Koningin Astrid – Brussel
ITG – Antwerpen
bijwerking : juli 2012


  1. Inleiding
  2. Hoe ziet een teek eruit?
  3. Waar komen teken voor?
  4. Wie kan door een teek worden gebeten?
  5. Wanneer kan je door een teek worden besmet?
  6. Hoe word je door een teek besmet?
  7. Hoe evolueert de ziekte van Lyme?
  8. Hoe evolueert anaplasmose?
  9. Hoe evolueert tekenencefalitis?
  10. Wat je kan doen om een tekenbeet te vermijden?
  11. Een tekenbeet ! Wat nu?
  12. Hoe kan je tekenencefalitis voorkomen?
  13. Drie redenen om niet te panikeren
  14. Voor toelichtingen kan je terecht bij

1. Inleiding

De ziekte van Lyme en anaplasmose zijn infecties die worden veroorzaakt door ziekteverwekkende bacteriën (Borrelia burgdorferi en Anaplasma phagocytophilum) die allebei in België voorkomen.
Tekenencefalitis (Tick-Borne Encephalitis of TBE) vloeit voort uit een virusbesmetting (Flavivirus). Dit virus is in tal van gebieden in Noord-, Oost- en Centraal Europa in omloop.
Deze 3 ziekteverwekkers worden via een tekenbeet op de mens overgedragen. Er zijn enkele zeldzame gevallen gerapporteerd van personen met tekenencefalitis nadat zij niet-gepasteuriseerde melkproducten hadden gedronken of gegeten. In de bovenstaande gebieden blijft deze wijze van besmetting uitzonderlijk.


2. Hoe ziet een teek eruit?

Een teek is een klein, bruinzwart spinachtig diertje dat de grootte van een speldenkop heeft. Het ligt op de toppen van lage begroeiing op de loer van een warmbloedige voorbijganger, een mens of een dier, zoals een muis, ree, paard, hond, … Door contact met een gastheer komt de teek op de huid terecht waarna zij zich vastklampt met behulp van een hypostoom (een buisje waardoor zij bloed opzuigt en speeksel oprispt). Dit speeksel kan bacteriën of virussen bevatten die ziekten veroorzaken.


3. Waar komen teken voor?

Teken komen voor in bossen en op plaatsen met lage begroeiing (hoog gras, varens, struiken). Daarom kan je door een teek worden gebeten wanneer je in een bos met een dichte lage begroeiing wandelt of speelt maar ook in weiden en groene stadsdelen. Teken houden van warme en vochtige plaatsen.


4. Wie kan door een teek worden gebeten?

In België kunnen zowel kinderen als volwassenen door teken worden gebeten en dus de ziekte van Lyme en/of anaplasmose oplopen. Je kan ook meermaals worden besmet. Deze ziekten zijn niet overdraagbaar van mens tot mens.
Het is raadzaam om huisdieren na een wandeling in het bos te onderzoeken (hun vacht is een geliefde plaats voor teken) en hun vacht met bedekte armen en benen te borstelen.


5. Wanneer kan je door een teek worden besmet?

De ziekte van Lyme en anaplasmose treden het hele jaar door op maar vooral van juni tot oktober, afhankelijk van de weersomstandigheden.
Bij goed weer hebben sommigen de neiging om zich licht te kleden maar elk rechtstreeks contact van de huid met lage begroeiing verhoogt het risico op een tekenbeet.


6. Hoe word je door een teek besmet?

De ziekte van Lyme en anaplasmose kunnen zich ontwikkelen in geval van :

  • een tekenbeet (niet pijnlijk, blijft vaak onopgemerkt) en
  • de teek bevat ziekteverwekkers die worden overgedragen op de mens en
  • de teek blijft ten minste 12 uur op de huid zitten. Minder dan 1% van de besmette personen ontwikkelt de ziekte van Lyme.

Hoe langer de teek blijft zitten, hoe groter het risico op besmetting.
Wat tekenencefalitis betreft, wordt het virus rechtstreeks en meteen na het vastzitten van de teek doorgegeven.


7. Hoe evolueert de ziekte van Lyme?

Er kunnen drie stadia worden onderscheiden maar het is mogelijk dat ze niet alle drie worden doorlopen :
  • 1e stadium : 3 dagen tot 3 maanden na de beet :
    • op de plaats of in de buurt van de beet een rode, ringvormige vlek die geleidelijk groter wordt (erythema migrans);
    • griepsymptomen zoals hoofdpijn, spierpijn, vermoeidheid, matige koorts, enz.
  • 2e stadium : enkele weken of maanden na de beet :
    • pijn ter hoogte van armen of benen;
    • scheefstaand gezicht door gelaatsspierverlamming;
    • dubbel zien;
    • hartritmestoornissen (arythmie );
  • 3e stadium : maanden en soms zelfs jaren na de beet :
    • pijn en zwelling in één of meerdere gewrichten (arthritis), vaak ter hoogte van de knie;
    • chronische neurologische stoornissen (zelden);
    • laattijdige huidletsels op armen en/of benen.
Het aantal gevallen gediagnosticeerd per jaar en bevestigd door de referentielaboratoria blijft toenemen. Op basis van deze gegevens stellen wij vast dat de ziekte van Lyme aanwezig is in bijna alle arrondissementen van het land.


8. Hoe evolueert anaplasmose?

Anaplasmose wordt gekenmerkt door een geheel van symptomen die lijken op die van griep en 5 à 15 dagen na de tekenbeet verschijnen : hoge koorts (39°C of meer), spierpijn, hoofdpijn, soms gewrichtspijn.
Het gaat om een opduikende ziekte, het aantal gevallen vastgesteld in België ligt laag maar toch hoog in vergelijking met de rest van Europa : tussen 2000 en 2008 bevestigde het referentielaboratorium 366 gevallen, terwijl voor dezelfde periode alle andere Europese landen samen slechts een honderdtal gevallen rapporteerden.
Deze ziekte kan ook worden geassocieerd met de ziekte van Lyme (co-infectie).



9. Hoe evolueert tekenencefalitis?

De ziekte treedt op met een gunstig evoluerend griep-syndroom, koorts, spierpijnen, hoofdpijnen en misselijk-heid. Ongeveer twee weken later, terwijl de ziekte lijkt te zijn verdwenen, kan plots een spierverlamming of me-ningitis optreden, een ernstige complicatie waarvan men erg moeilijk geneest.
Het virus is niet in omloop in België. In endemische gebieden vormt het echter een gevaar voor toeristen en reizigers die in landelijke zones verblijven, ludieke of professionele activiteiten in het bos of woud ondernemen of in de bergen wandelen.


10. Wat je kan doen om een tekenbeet te vermijden?

  • in het bos blijf je op het pad, om de natuur te beschermen maar ook om wrijving over grassen en planten waar teken op een gastheer wachten te voorkomen;
  • je draagt kledij die een zo groot mogelijk deel van je lichaam bedekt : lange mouwen, broeken, kousen, laarzen;
  • niet bedekte delen van de huid wrijf je in met een insectenwerend middel (bv. met DEET); de efficiëntie van het product verdwijnt evenwel na enkele uren en stelt de huid opnieuw bloot aan tekenbeten;
  • controleer de huid na elke blootstelling om na te gaan of er zich geen teken hebben vastgeklampt.
Er bestaat geen enkele medicatie ter preventie van de ziekte van Lyme of anaplasmose.


11. Een tekenbeet ! Wat nu?

  • lokaliseer de plaats van de beet : opgelet voor gevoelige zones, zoals oogleden, oren en schedel;
  • verwijder alle teken zo vlug mogelijk (hoe langer de teek op de huid zit, hoe groter het risico op besmetting door de ziekteverwekkende bacterie) en volg de onderstaande instructies zo goed mogelijk :
    1. neem de kop van de teek vast met een pincet, waarvan er verschillende modellen beschikbaar zijn bij de apotheek;
    2. trek de teek in één ruk uit de huid, ga niet eerst zachtjes zitten draaien (laat de kop van de teek niet onder de huid zitten);
    3. ontsmet de wonde en de pincet grondig met alcohol en was je handen;
  • als je de teek er niet helemaal uit kan halen, raadpleeg je een arts om het in de huid achtergebleven deel te laten verwijderen;
  • noteer de datum van de beet en de vermoedelijke plaats van besmetting om dit aan de arts te kunnen vertellen indien er symptomen zouden optreden;
  • let op de klinische tekens beschreven in de hoofdstukken 7 en 8;
  • zodra er rode vlekken en/of hoofdpijn en/of pijn in de armen of benen optreden, raadpleeg je zo snel mogelijk een arts om de diagnose te laten stellen en eventueel een behandeling te laten voorschrijven;
  • in geval van koorts, een griepsyndroom of een verdachte klinische context na terugkomst uit een endemisch gebied van tekenencefalitis raadpleeg je zo snel mogelijk een arts.

12. Hoe kan je tekenencefalitis voorkomen?

Wie reist kan zich preventief laten vaccineren. Dit moet ten minste 1 maand vóór de reis gebeuren. De algemene aanbevelingen, de praktische aspecten van de vaccinatie evenals de geografische spreiding van de risicogebieden staan beschreven op de site van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen.


13. Drie redenen om niet te panikeren :

  1. niet elke beet is besmettelijk;
  2. een besmette teek geeft de ziekte niet noodzakelijk door;
  3. de ziekte van Lyme en anaplasmose kunnen met antibiotica worden behandeld en tekenencefalitis kan door vaccinatie worden vermeden.

Voor toelichtingen kan je terecht bij

Referentiecentra voor de ziekte van Lyme :
Brussel, tel. : 02/764.67.26
Leuven, tel. : 016/34.79.09

Referentiecentrum voor anaplasmose
Militair Ziekenhuis Koningin Astrid (Laboratory for Vector-Borne Diseases), tel. : 02/264.40.44

Referentiecentrum voor TBE :
WIV-ISP - OD Overdraagbare en besmettelijke ziekten, Dienst Virale Ziekten, tel. : 02/642.55.98

Andere nuttige sites :
Instituut voor Tropische Geneeskunde
International Scientific Working group on Tick-Borne Encephalitis

Deze brochure is verkrijgbaar op het volgend adres :
WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
J. Wytsmanstraat, 14 - 1050 - Brussel

Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77