Informatie over leptospirose

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
in samenwerking met
de Vlaamse Gemeenschap van België - Toezicht Volksgezondheid, Infectieziekten en Vaccinatie
de Hoge Gezondheidsraad
en
het Referentielaboratorium : Instituut voor Tropische Geneeskunde (I.T.G.)
bijwerking : juli 2009


  1. Wat is leptospirose ?
  2. Wat is het reservoir van de bacterie?
  3. Hoe loop je leptospirose op?
  4. Welke symptomen hebben de patiënten?
  5. Hoe wordt de diagnose gesteld?
  6. Hoe wordt leptospirose behandeld?
  7. Wie kan leptospirose oplopen ?
  8. Wanneer worden gevallen van leptospirose vastgesteld?
  9. Waar worden gevallen van leptospirose vastgesteld?
  10. Welke voorzorgsmaatregelen moet men nemen om het risico op hantavirose tot een minimum te herleiden?
  11. Wat je moet doen als een geval van leptospirose optreedt?
  12. Voor meer informatie

1. Wat is leptospirose?

Leptospirose (of ziekte van rioolwerkers) is een infectie die door de bacterie Leptospira interrogans wordt overgedragen. De ziekte komt vooral voor bij wilde en tamme dieren en kan ook worden overgedragen op de mens. De infectie komt wereldwijd voor maar vormt een groter probleem in vochtige (sub)tropische gebieden, vooral door klimaats- en omgevingsfactoren. Leptospirose maakt deel uit van de meldingsplichtige aandoeningen in de Vlaamse en Franse Gemeenschap alsook in Brussel.


2. Wat is het reservoir van de bacterie?

De belangrijkste natuurlijke gastheren zijn kleine knaagdieren (ratten, muskusratten, muizen), runderen, varkens en honden. Zij dragen de leptospiren in hun nieren en scheiden ze soms levenslang uit via hun urine. Jonge dieren worden besmet door volwassen dieren.
Leptospiren kunnen enkele weken overleven in waterachtige milieus of op vochtige bodems.
De bacterie wordt vernietigd door een droog, zout of zuur milieu en door ontsmettingsmiddelen.


3. Hoe loop je leptospirose op?

De besmetting kan gebeuren via een wonde, de mond, neus of ogen na rechtstreeks contact met urine van een natuurlijke gastheer, of onrechtstreeks via besmet water of voedingsmiddelen.
Hoe langer de blootstelling, hoe groter het infectierisico. Overdracht van persoon tot persoon is mogelijk maar extreem zeldzaam.


4. Welke symptomen hebben de patiënten?

De incubatieperiode duurt meestal 6 à 12 dagen (spreiding 2-30 dagen). Meestal kent de ziekte een mild verloop.
De symptomen kunnen zeer sterk variëren. Er zijn vier brede, klinische categorieën:
  • milde griepachtige aandoening
  • syndroom van Weil met geelzucht en nierfalen
  • hersen(vlies)ontsteking
  • respiratoir falen (met hoest en kortademigheid).
    Typisch verloopt de ziekte in 2 fasen met een abrupt begin van hoge koorts (40°C), rillingen en spierpijn gedurende ongeveer een week. Na 1 à 3 dagen zonder klachten volgt een tweede fase met multipele orgaanproblemen.
    Gastheerfactoren als leeftijd, onderliggende ziekte, e.d. spelen een belangrijke rol in het ziektebeeld.


  • 5. Hoe wordt de diagnose gesteld?

    De diagnose is gebaseerd op klinische symptomen, risicofactoren en laboratoriumonderzoek.
    Kweek van de bacteriën is moeilijk en duurt erg lang zodat deze techniek geen plaats heeft in de acute diagnostiek en men meestal aangewezen is op serologie. Vijf tot tien dagen na het begin van de symptomen kunnen antilichamen tegen leptospiren opgespoord worden in het bloed. Een negatief resultaat in het begin van de ziekte sluit een leptospirose dus niet uit. De aanvragen voor analyse of voor bevestiging van een resultaat van een screening kunnen naar het referentielaboratorium (ITG) worden gestuurd. Er worden bij voorkeur twee stalen onderzocht met een interval van 1-2 weken.
    Antilichamen kunnen jaren aantoonbaar blijven. Antibiotica kunnen de vorming van antilichamen vertragen.


    6. Hoe wordt leptospirose behandeld?

    Leptospirose wordt met antibiotica behandeld. Hoe eerder de behandeling wordt aangevat, hoe minder symptomen en complicaties zullen optreden. Men mag het resultaat van de laboratoriumtesten bijgevolg niet afwachten om een behandeling in te stellen.
    Dankzij een aangepaste antibioticatherapie geneest de patiënt binnen een termijn van ongeveer een maand na aanvang van de behandeling.


    7. Wie kan leptospirose oplopen?

    De beroepsgroepen die het meest zijn blootgesteld aan het risico zijn die van rioolwerkers, landbouwers, dierenartsen, beenhouwers, …
    De ziekte is opgenomen in de lijst van beroepsziekten met meldingsplicht (site ‘fonds voor beroepsziekten’*).
    Ook recreatie kan een bron van besmetting vormen : personen die watersporten beoefenen zoals zwemmen, kajakken, duiken, surfen, vissen en windsurfen lopen een risico.


    8. Wanneer worden gevallen van leptospirose vastgesteld?

    In tropische en subtropische regio’s wordt de diagnose leptospirose het hele jaar door gesteld. Dit heeft te maken met de langere overleving van leptospiren in de omgeving in warme en vochtige omstandigheden.
    In landen met een gematigd klimaat is de ziekte seizoensgebonden en gaat het aantal gevallen van leptospirose op het einde van de zomer en in de herfst in stijgende lijn. Naast de temperatuur speelt ook de verhoogde blootstelling een rol : het toenemende aantal activiteiten in het water is groter in de zomer.


    9. Waar worden gevallen van leptospirose vastgesteld?

    Elk jaar diagnosticeert het referentielaboratorium een tiental gevallen.
    Van de 14 gevallen van leptospirose die in 2006 door het referentielaboratorium zijn gediagnosticeerd, werden er 7 besmet in België, 1 in Frankrijk, 1 op het eiland Borneo en 5 in Thailand. In 2007 zijn er 8 gevallen door dit laboratorium ge¬diagnosticeerd en in 2008, 5 gevallen.


    10. Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om het risico op leptospirose zo klein mogelijk te houden?

    Voor de doelgroepen is het raadzaam om op de werkplaats een bril, handschoenen, laarzen en waterdichte kledij te dragen.
    Algemene bevolking:
  • Rechtstreeks contact met urine van een dier vermijden.
  • De handen wassen na elke contact met een dier of een besmet voorwerp.
  • Wonden bedekken vóór elk contact met zoet water of besmette vochtige omgeving.
  • Niet in bezoedeld water zwemmen.
  • De toegang van knaagdieren tot de woningen verhinderen (openingen dichtmaken).
    In sommige landen bestaat een vaccin. Men moet de samenstelling van het vaccin zo kiezen dat bescherming wordt opgewekt tegen de serovars die in omloop zijn in de betrokken risicovolle streek. Het vaccin biedt slechts 6 à 12 maanden bescherming. In België is geen vaccin beschikbaar.


  • 11. Wat je moet doen als een geval van leptospirose optreedt?

    De behandelende arts van de patiënt moet het geval melden aan de gezondheidsinspecteur infectieziektebestrijding van de provincie waar de patiënt woonachtig is (meldingsplichtige aandoening) en moet de personen verwittigen die zich tijdens de risicovolle activiteit in de omgeving van de patiënt bevonden.

    Conclusie:
    Het is raadzaam een arts te raadplegen wanneer griep-symptomen optreden en de persoon mogelijk is blootgesteld aan urine van een besmet dier, besmet materiaal of besmet zacht water.


    Voor toelichtingen:

    Referentielaboratorium :
    Instituut voor Tropische Geneeskunde - Klinische Biologie
    Nationalestraat 155, 2000 Antwerpen
    Dr. M. Van Esbroeck, tel. : 03/247.64.07 (08)

    Medische diensten van de Gemeenschappen :
    Vlaamse Gemeenschap, tel. : 02/553.35.85
    Gemeenschappelijke gemeenschapscommissie van Brussel Hoofdstad, tel. : 02/502.60.01
    Communauté française, tel. : 02/413.24.01

    Nuttig adres :
    * www.fmp-fbz.fgov.be

    Deze brochure is verkrijgbaar op het volgend adres :
    WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
    J. Wytsmanstraat, 14 - 1050 - Brussel

    Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77