Informatie over hantavirose

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Volksgezondheid en surveillance - Dienst Infectieziekten in de algemene populatie
in samenwerking met
de Vlaamse Gemeenschap van België - Toezicht Volksgezondheid, Infectieziekten en Vaccinatie
en
het Nationale Referentiecentrum, UZ Leuven
bijwerking : juli 2012


  1. Wat is hantavirose?
  2. Wie is de gastheer van het virus?
  3. Hoe kan men hantavirose oplopen?
  4. In welke streken komt hantavirose voor?
  5. Welke zijn de symptomen van hantavirose?
  6. Wat is de diagnostiek van hantavirose?
  7. Wat is de behandeling van hantavirose?
  8. Wie kan hantavirose oplopen?
  9. Welke zijn de risicofactoren voor hantavirose?
  10. Welke voorzorgsmaatregelen moet men nemen om het risico op hantavirose tot een minimum te herleiden?
  11. Voor meer informatie

1. Wat is hantavirose?

Hantavirose of een infectie door het hantavirus is een virale infectie die via verschillende soorten kleine knaagdieren wordt overgedragen op de mens. Deze infectie maakt deel uit van de groep van de zgn. ”hemorragische koortsen”.
In Europa is de meest voorkomende vorm de “Nephropathia epidemica”, een relatief goedaardige vorm in vergelijking tot andere vormen van hantavirose. Toch kunnen de symptomen soms ernstig genoeg zijn om de patiënt te hospitaliseren.


2. Wie is de gastheer van het virus?

In onze streken is het voornamelijk de rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus - Figuur 1) die verantwoordelijk is voor de verspreiding van het virus. Dit kleine knaagdier heeft een lengte van 8 tot 12 cm, een roodbruine rug en grijsachtige flanken en verblijft in loofrijke bossen, in het kreupelhout, aan de rand van wouden, in parken en dringt in de winter soms binnen in woningen.
 
Figuur 1 : Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus)
Afbeelding afkomstig uit "Mammals" van M. CLARK, uitgegeven door Hamlyn Children's Books, met de toelating van Heinemann Educational Books.
 

3. Hoe kan men hantavirose oplopen?

De mens loopt de besmetting op door direct of indirect contact met knaagdieren of hun uitwerpselen. De geïnfecteerde knaagdieren zelf maken de ziekte niet door maar blijven wel drager van het virus en kunnen dit via de urine of de uitwerpselen waarschijnlijk gedurende hun hele leven uitscheiden.
Gevallen van hantavirose doen zich voor wanneer de lokale populatie van knaagdieren talrijk is en/of zwaar geïnfecteerd is door het virus (Figuur 2).
 

Figuur 2 :
Evolutie van het aantal gevallen van hantavirose per 4 weken (1996-2011)
Bronnen :
Peillaboratoria en Nationaal Referentiecentrum
De besmetting gebeurt hoofdzakelijk via de luchtwegen, door inhalatie van virus partikels die voorkomen in de uitwerpselen van knaagdieren, of door contact door een beet van een geïnfecteerd knaagdier. Er is geen enkele evidentie dat men de ziekte kan oplopen via een persoon die hantavirose heeft.


4. In welke streken komt hantavirose voor?

In 2011 werden in bijna alle arrondissementen van het land gevallen gediagnosticeerd en in het bijzonder, in dalende volgorde, in de arrondissementen Philippeville (19/100000 inwoners, 12 gevallen) en Thuin ( 17/100000 inwoners, 26 gevallen ; Figuur 3).
 

Figuur 3 :
Verdeling per arrondissement van de incidentie (N/100000 inwoners) van hantavirose in functie van de plaats van besmetting (2011)
Bronnen :
Peillaboratoria en Nationaal Referentiecentrum
 

5. Welke zijn de symptomen van hantavirose?

De symptomen doen zich meestal plotseling voor, ongeveer 1 à 4 weken na de besmetting, en kunnen bestaan uit :
  • koorts die kan oplopen tot 40°C of rillingen (griep-syndroom),
  • hoofdpijn,
  • spier- of rugpijn,
  • eventueel gezichtsstoornissen en/of oogpijn, van voorbijgaande aard maar typisch.

6. Wat is de diagnostiek van hantavirose?

De diagnose is gebaseerd op de klinische symptomen en laboratoriumonderzoeken (thrombocytopenie). Ze dient bevestigd te worden door het opsporen van de specifieke antilichamen gericht tegen het virus in het bloed van de patiënt.
Letsels ter hoogte van de nieren worden dikwijls slechts vastgesteld na laboratoriumonderzoek (proteinurie, verhoging van het creatinine, ...).


7. Wat is de behandeling van hantavirose

In de merendeel van de gevallen volstaat het om de koorts en de hoofdpijn te behandelen, bij voorkeur met pijnstillers die enkel paracetamol bevatten; niet-steroïde anti-inflammatoire middelen dienen vermeden te worden. Soms kunnen de nier- en luchtwegaandoeningen ernstige vormen aannemen en moet de patiënt geholpen worden met beademingstoestellen en/of dialyse. Er worden momenteel vaccins ontwikkeld, voornamelijk bestemd voor de landen waar de ziekte een ernstigere vorm aanneemt.
De vooruitzichten zijn doorgaans gunstig en de patiënt geneest meestal binnen de 2 à 3 weken die volgen op het verschijnen van de eerste symptomen, alhoewel vermoeidheid lang kan aanslepen.


8. Wie kan hantavirose oplopen?

De ziekte wordt meer bij mannen dan bij vrouwen waargenomen. Kinderen onder de 10 jaar worden zelden getroffen.
Houtbewerkers vertegenwoordigen de meest getroffen beroepscategorie (houthakkers, jachtopzieners, plankenzagers, ...). Ook zij die actief zijn in bossen of in de nabijheid van een bos wonen, worden door het virus getroffen.
Personen die reeds hantavirose hebben doorgemaakt, kunnen de ziekte niet meer oplopen aangezien er in hun bloed antistoffen aanwezig blijven die hen beschermen tegen een nieuwe infectie door het virus.


9. Welke zijn de risicofactoren voor hantavirose?

De voornaamste risicofactoren voor hantavirose zijn :
  1. direct of indirect contact met knaagdieren :
    • contact met dode of levende knaagdieren,
    • contact met de uitwerpselen of het nest van knaagdieren,
    • bewerking van besmette tuinaarde of grond;
  2. houtbewerking :
    • intensieve arbeid in wouden (houthakken, verplaatsen van stronken, ...),
    • manipulatie van opgeslagen hout (brandhout);
  3. werken in woningen :
    • werken in de bouw (renovatie van oude woningen),
    • reinigen (blootstelling aan stof) van kelders, zolders, provisiekamers of kippenhokken,
    • heropenen van een lokaal dat tijdens de winter gesloten was.
Het occasioneel vertoeven in bossen als vrijetijdsbesteding (wandelingen, toeristische uitstap, jogging) is niet duidelijk verbonden aan een verhoogd risico.


10. Welke voorzorgsmaatregelen moet men nemen om het risico op hantavirose tot een minimum te herleiden?

  • Algemene maatregelen (in bossen of in woningen) :
    • plastic of rubber handschoenen dragen om levende knaagdieren, hun nesten, hun kadavers of de vallen te hanteren;
    • een verband aanbrengen op elke kwetsuur vooraleer een risicovolle activiteit (zie punt 9) te ondernemen;
    • altijd met de rug tegen de wind in gaan staan bij het aanraken van knaagdieren, hun uitwerpselen of hun nest of bij het bewerken van hout of aarde;
    • diep inademen vermijden als de knaagdieren, hun uitwerpselen of hun nest zich dicht bij uw aangezicht bevinden;
    • betreding van gesloten lokalen vermijden.
  • Bijzondere maatregelen op het niveau van woningen :
    • voedingswaren bewaren op plaatsen die onbereikbaar zijn voor knaagdieren;
    • de toegang van knaagdieren tot woningen verhinderen (openingen dichtstoppen);
    • schuilplaatsen die eventueel door knaagdieren kunnen gebruikt worden verwijderen;
    • vallen plaatsen of vergif voor knaagdieren (zgn. rattenvergif) gebruiken;
    • bij het sluiten van een lokaal of een buitenhuisje voor de winter u ervan vergewissen dat er geen knaagdieren binnen zitten;
    • bij het openen van een lokaal of een buitenhuisje na de winter, nagaan of de plaats niet besmet is door uitwerpselen van knaagdieren; indien dit wel het geval is, eerst de plaats goed verluchten gedurende minimum 30 minuten;
    • bij het reinigen van plaatsen besmet door knaagdieren, alvorens te vegen of te stofzuigen (geniet de voorkeur), deze besprenkelen met bleekwater 10% (het virus is gevoelig voor huishoudelijke detergenten, vooral aan bleekwater) of de plaatsen schoonmaken met vodden of dweilen die gedrenkt zijn in een ontsmettingsmiddel; deze dweilen daarna weggooien.

Voor meer informatie

WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Dienst Infectieziekten in de algemene populatie
Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77

Nationaal Referentiecentrum:
www.nrchm.wiv-isp.be
UZ Leuven
CDG8-Virologie
Herestraat, 49 - 3000 Leuven
tel.: 016/34.79.09

Deze brochure is verkrijgbaar op het volgend adres :
WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Dienst Infectieziekten in de algemene populatie
J. Wytsmanstraat, 14 - 1050 - Brussel

Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77