Informatie over Q-koorts

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
in samenwerking met
de Vlaamse Gemeenschap van België - Toezicht Volksgezondheid Infectieziekten en Vaccinatie
de Hoge Gezondheidsraad
en
het Referentielaboratorium - Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG)
bijwerking : februari 2012


  1. Wat is Q-koorts?
  2. Welk reservoir heeft de bacterie?
  3. Hoe krijgt men Q-koorts?
  4. Welke symptomen vertonen patiënten?
  5. Hoe wordt de diagnose gesteld?
  6. Hoe wordt Q-koorts behandeld?
  7. Wie kan Q-koorts oplopen?
  8. Wanneer worden gevallen van Q-koorts vastgesteld?
  9. Waar worden gevallen van Q-koorts vastgesteld?
  10. Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om het risico op Q-koorts zo laag mogelijk te houden?
  11. Wat moet u doen als er zich een geval van Q-koorts voordoet?
  12. Voor toelichtingen

1. Wat is Q-koorts?

Q-koorts (of coxiellose) is een ziekte die wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. De infectie komt voornamelijk voor bij geiten en schapen maar kan ook op de mens worden overgedragen. Zij is wereldwijd verspreid. Sinds 2007 is in Nederland een epidemie aan de gang waarbij een groot aantal gevallen bij de mens wordt vastgesteld . In 2009 en 2010 zijn in België 36 en 29 gevallen gediagnosticeerd waarvan er 7 en 6 toe te schrijven zouden zijn aan een reis in het buitenland.
Q-koorts maakt deel uit van de meldingsplichtige aandoeningen, zowel in de Vlaamse en Franse Gemeenschap als in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.


2. Welk reservoir heeft de bacterie?

De voornaamste natuurlijke gastheren zijn tamme herkauwers (geiten en schapen) evenals talloze wilde en tamme zoogdieren (paarden, konijnen, varkens, …). De bacterie bevindt zich vooral in de melkklieren en in de voortplantingsorganen. Geiten en melkkoeien kunnen chronisch besmet zijn. De infectie wordt tijdens de dracht gereactiveerd. Het krijgen van miskramen is het voornaamste teken van infectie bij kleine herkauwers.


3. Hoe krijgt men Q-koorts?

Wanneer de bacteriën door besmette dieren worden uitgescheiden komen ze in de omgeving terecht. De mens wordt vooral besmet door het inademen van besmette aerosols, soms op lange afstanden van de bron (1 km of meer). In de lucht kan de bacterie 2 weken overleven, in stof 4 maanden en in wol tot 1 jaar. De mens kan ook worden besmet door rechtstreeks contact met besmette dieren of stoffen. Niet-gepasteuriseerde koe- en geitenmelk kan bacteriën bevatten maar deze manier van overdracht speelt een minder belangrijke rol. De overdracht tussen mensen is mogelijk maar uitermate zeldzaam.


4. Welke symptomen vertonen patiënten?

De incubatieperiode strekt zich meestal uit over 10 à 17 dagen (interval van 2 à 6 weken). De infectie is asymptomatisch bij 60% van de patiënten en symptomatisch bij 40% van hen.
De symptomatologie kan enorm variëren. Er worden veelal 3 klinische beelden waargenomen: een griepaal syndroom (hoge koorts, hoofdpijn, spierpijn, hoest en gewrichtspijn), longontsteking of leverontsteking. In 1 tot 2% van de gevallen is de infectie fataal. Zij kan ook bij de mens aan de basis liggen van afwijkingen van de foetus en het krijgen van miskramen.


5. Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose berust op de klinische symptomen en laboratoriumonderzoeken.
De frequentste biologische afwijkingen zijn een laag aantal bloedplaatjes, een stijging van de leverenzymen en de bezinkingssnelheid. Nierschade is frequent en uit zich door een toename van de creatinine en de aanwezigheid van microscopische hematurie (bloed in de urine).
De laboratoriumdiagnose van Q-koorts wordt gesteld met serologie, moleculaire methoden, immunohistochemie of door isolatie van C. burnetti. In praktijk is men vaak aangewezen op serologie (opsporen van antistoffen). Het is van belang om twee stalen met een interval van 1 à 2 weken te analyseren.
Het is mogelijk dat na jaren nog antistoffen worden gedetecteerd.


6. Hoe wordt Q-koorts behandeld?

Milde vormen behoeven geen behandeling. Ernstige vormen (longontsteking) worden behandeld met behulp van specifieke antibiotica (doxycycline). Voor zwangere vrouwen wordt een aangepaste antibioticabehandeling gegeven. Chronische infecties worden behandeld met een combinatie van antibiotica.
Bij risicopatiënten ( h artpatiënten of patiënten met immuunproblemen of met vaatprothesen) kan behandeling beletten dat de aandoening chronisch wordt.


7. Wie kan Q-koorts oplopen?

De (beroeps)groepen die het meest risico lopen zijn zij die betrokken zijn bij de verwerking van dierlijke producten (bv. personeel van slachthuizen, leerlooierijen, ondernemingen waar pelzen en wol worden verwerkt, huidbewerkers, enz.), zij die in contact komt met dieren die werpen of met de geboorteproducten en kwekers van herkauwers.
Q-koorts staat op de lijst van meldingsplichtige beroepsziekten (zie site van het Fonds voor Beroepsziekten*).


8. Wanneer worden gevallen van Q-koorts vastgesteld?

De gevallen bij de mens worden meestal in de lente of bij aanvang van de zomer beschreven. In deze periodes werpen kleine herkauwers (en hebben zij desgevallend ook miskramen).


9. Waar worden gevallen van Q-koorts vastgesteld?

Elk jaar stelt het referentielaboratorium in België een twintigtal diagnoses bij de mens. In de meeste gevallen maakt alleen de analyse van het risicoprofiel het mogelijk om een aanwijzing te geven over de oorsprong van de bacterie (reis, beroepsactiviteit, woonplaats, enz.).


10. Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om het risico op Q-koorts zo laag mogelijk te houden?

Mensen met risicovolle beroepen kunnen zich beschermen tegen besmetting via de luchtwegen (door het dragen van handschoenen en een masker).
Voor de algemene bevolking:
  • Rechtstreeks contact met een potentieel besmet dier vermijden.
  • De handen wassen na elk contact met een potentieel besmet dier of zijn omgeving.
  • Bezoekers en kwetsbare personen (zwangere vrouwen, immuundepressieve personen, kinderen, zieke en/of oudere personen, enz.) de toegang weigeren tot een bedrijf waar een diagnose is bevestigd.
  • Het nuttigen van niet-gepasteuriseerde melkproducten of melk altijd sterk afraden aan personen die een risico lopen (zwangere vrouwen, immuundepressieve personen, kinderen, zieke en/of oudere personen, enz.).

11. Wat moet u doen als er zich een geval van Q-koorts voordoet?

De behandelende arts van de patiënt dient het geval te melden aan de arts infectieziektebestrijding van de gemeenschap verantwoordelijk voor de provincie waar de patiënt woont. De arts infectieziektebestrijding moet de personen verwittigen die in dezelfde risicovolle situatie zitten of dezelfde risicovolle activiteit uitoefenen als de besmette persoon. Er moet in het bijzonder worden toegezien op de kwaliteit van de uitwisseling van epidemiologische informatie met de veterinaire autoriteiten en instanties.

Tot besluit:
  • Het is raadzaam om een arts te raadplegen bij ziekte na blootstelling aan een dier dat jongt of na een reis in het buitenland waarbij men aan een gelijkaardige situatie is blootgesteld.
  • Voor de beroepsgroepen met verhoogd risico op blootstelling dringen zich algemene voorzorgsmaatregelen ( handenwassen , handschoenen en maskers) op.
  • Aan risicopersonen (zwangere vrouwen, immuundepressieve personen, kinderen, zieke en/of oudere personen, enz.) wordt afgeraden om rechtstreeks in contact te komen met kleine herkauwers, vooral wanneer de dieren jongen, en om niet-gepasteuriseerde melk of melkproducten te nuttigen.

12. Voor toelichtingen:

Referentielaboratorium : Instituut voor Tropische Geneeskunde (ITG)
Kronenburgstraat 43/3 - 2000 Antwerpen
Dr. M. Van Esbroeck, tel. : 03/247.64.45
www.itg.be

Medische diensten van de gemeenschappen:
Vlaamse Gemeenschap, tel.: 02/553.35.85
Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, tel. : 02/502.60.01
Franse Gemeenschap, tel. : 02/690.83.86

Nuttige adressen:
* www.fmp-fbz.fgov.be
www.css-hgr.be

Deze brochure is verkrijgbaar op het volgend adres:
WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
J. Wytsmanstraat 14 - 1050 Brussel
Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77