Informatie over humane alveolaire echinococcose

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
in samenwerking met
de Vlaamse Gemeenschap van België - Toezicht Volksgezondheid, Infectieziekten en Vaccinatie
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Overdraagbare en besmettelijke ziekten - Virale ziekten
en
het Referentielaboratorium : Erasmus Ziekenhuis
bijwerking : juli 2009


  1. Wat is alveolaire echinococcose?
  2. Welke gastheer heeft de parasiet?
  3. Hoe loop je de ziekte op?
  4. In welke gebieden komt alveolaire echinococcose voor?
  5. Wat zijn de symptomen van echinococcose?
  6. Hoe wordt de diagnose van echinococcose gesteld?
  7. Hoe wordt echinococcose behandeld?
  8. Wie kan echinococcose oplopen?
  9. Wat is de grootste risicofactor voor echinococcose?
  10. Welke maatregelen moeten worden genomen om het risico op besmetting te verlagen?
  11. Voor meer informatie

1. Wat is alveolaire echinococcose?

Humane alveolaire echinococcose is een parasitaire ziekte veroorzaakt door de larve van een wormpje dat zich in de lever nestelt (Echinococcus multilocularis). De parasiet verblijft in de dunne darm van bepaalde wilde vleeseters, in het bijzonder rosse vossen, of sommige tamme vleeseters, zoals honden en katten (minder frequent). Wanneer de dieren zijn besmet, scheiden zij eitjes van de parasiet uit.
De mens wordt besmet wanneer hij eitjes inslikt die door de uitwerpselen van besmette dieren worden verspreid.



2. Welke gastheer heeft de parasiet?

Een volwassen Echinococcus multilocularis leeft gedurende 3 à 4 maand in de dunne darm van vossen of andere vleeseters. Tijdens deze periode brengt de pa-rasiet duizenden eitjes voort.
De eitjes (30 à 40 µm) kunnen ook in een vochtig en koud milieu overleven en lang besmettelijk blijven. Zij overleven zelfs op een temperatuur van -18°C.
Kleine knaagdieren kunnen besmet geraken door plan-ten in te slikken die door eitjes zijn bevuild. Het knaag-dier ontwikkelt dan een letsel met meerdere alveolen in de lever waar de larve van de parasiet zich nestelt.
Vleeseters geraken op hun beurt besmet door het eten van besmette knaagdieren (Figuur 1).
 

Figuur 1 : Cyclus van de parasiet E. multilocularis
Bron : www.eurechinoreg.org

 

3. Hoe loop je de ziekte op?

De mens kan worden besmet door eitjes van de parasiet in te slikken bij rechtstreeks contact met besmette dieren of bij onrechtstreeks contact via de dierlijke uitwerpselen die planten bevuilen.
De infectie veroorzaakt een letsel (kysten), meestal ter hoogte van de lever. Het letsel verspreidt zich progressief over de hele lever en veroorzaakt uitzaaiingen in de longen en in de hersenen.



4. In welke gebieden komt alveolaire echinococcose voor?

Alveolaire echinococcose wordt vastgesteld in gebieden met veel besmette vossen.
In Europa komen besmette vossen in steden en op het platteland voor, onder meer in Oost-Frankrijk, Duitsland, Nederland, Zwitserland, Oostenrijk, … (Figuur 2).
 
Figuur 2 : Verspreiding van vossen besmet door de parasiet E. multilocularis in Europa (1999)
Bron : www.eurechinoreg.org
 
In België varieert het percentage besmette vossen van gebied tot gebied, en meer bepaald volgens een dalen-de gradiënt van het zuidoosten tot het noordwesten van het land; bijvoorbeeld in de Ardennen 33%, in de Condroz 13% en in Vlaanderen 2%. De endemische zone (risicozone voor vosseninfecties) bevindt zich ten zuiden van Samber en Maas, in het bijzonder ter hoogte van de Ardense hoogvlakte.
Op basis van de Europese gegevens die eind 2002 ter beschikking werden gesteld, bedraagt het totaal aantal besmette patiënten in Europa ongeveer 600, wat bijzonder weinig is.
In België is sinds 1999 een vijftiental gevallen vastgesteld.



5. Wat zijn de symptomen van echinococcose?

Er zijn geen typische symptomen die de opsporing van de infectie mogelijk maken maar tijdens de evolutie van de ziekte wordt wel een wijziging in de algemene gezondheidstoestand vastgesteld met het verschijnen van symptomen zoals pijn aan de rechterkant van de buik, geelzucht en een groeiende lever.
Tussen de infectie en het optreden van de eerste klinische tekens kunnen 5 tot 15 jaar verlopen.



6. Hoe wordt de diagnose van echinococcose gesteld?

De diagnose kan vroegtijdig worden gesteld door de specifieke antilichamen gericht tegen de parasiet in het bloed van de patiënt op te sporen (test terugbetaald door het RIZIV). De diagnose wordt vervolgens bevestigd door medische afbeeldingstechnieken.
Er is een vermoeden wanneer de symptomen optreden en deze in verband kunnen worden gebracht met een activiteit van de betrokken persoon in een risicogebied.



7. Hoe wordt echinococcose behandeld?

Echinococcose wordt behandeld door volledige chirurgische verwijdering van het letsel en/of door medicatie.
Er bestaat geen vaccin tegen de parasiet.



8. Wie kan echinococcose oplopen?

De meest getroffen beroepsgroep is deze van de landbouwers, de jachtopzieners en de jagers maar ook personen met een beroep of hobby in het bos of die in de nabijheid van een bos wonen lopen het risico op besmetting.
De ontwikkeling van de infectie kan bijzonder snel verlopen in een immunodepressieve context of tijdens de behandeling van een ontsteking (cortisone of derivaten).
Sommige besmette personen ontwikkelen de ziekte niet omdat hun immuunreactie de ontwikkeling van de parasiet tegengaat.
Tussen personen wordt de ziekte niet overgedragen.



9. Wat is de grootste risicofactor voor echinococcose?

De grootste risicofactor voor echinococcose is het inslikken van eitjes van de parasiet door :
  1. rechtstreeks contact met een besmet dier; de eitjes blijven immers aan de vacht van het dier en meer bepaald op zijn achterlichaam kleven,
  2. onrechtstreeks contact : eitjes kunnen via de uitwerpselen worden verspreid over planten en vruchten die op de grond liggen of laag groeien (bosaardbeien, bosbessen, frambozen, bessen, braambessen).

10. Welke maatregelen moeten worden genomen om het risico op besmetting te verlagen?

De onderstaande maatregelen gelden alleen voor de endemische gebieden, in de Ardennen :

  • wegwerphandschoenen en een masker dragen bij het aanraken van levende of dode vossen en andere besmette dieren, evenals hun uitwerpselen;
  • rauwe groenten vermijden als deze afkomstig zijn uit een tuin die toegankelijk is voor vossen evenals rauwe vruchten als deze afkomstig zijn van plaatsen die eventueel door besmette vossen zijn bevuild. Reiniging volstaat niet : zij moeten absoluut worden gebakken vóór ze worden opgegeten (10' op 60°C, 5' op 70°C of 1' op 100°C; invriezen (-18°C) heeft geen zin);
  • de handen wassen met warm water en zeep na in contact te zijn gekomen met mogelijk besmette aarde (landbouw, tuinbouw, …) of met een hond of kat die in een risicogebied is geweest;
  • katten en honden in een risicovol gebied om de vier weken ontwormen met een medicijn tegen deze parasiet, zoals praziquantel.
Vooral geen paniek ! Neem de nodige voorzorgsmaatregelen in de endemische gebieden en denk om de vroegtijdige serologische diagnose.


Voor meer informatie

WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77

Faculteit Veterinaire Geneeskunde van de U.Lg. - Dienst Parasitologie
Dr. B. Losson, tel. : 04/366.40.90

WIV-ISP, OD Overdraagbare en besmettelijke ziekten - Virale ziekten
Dr. B. Brochier, tel. : 02/642.55.98

WIV-ISP, OD Overdraagbare en besmettelijke ziekten - Virale ziekten
Dr. S. Van Gucht, tel. : 02/373.32.56


Referentielaboratorium :
Erasmus Ziekenhuis - Laboratorium van Parasitologie
Dr. Y. Carlier, tel. : 02/555.62.55


Deze brochure is verkrijgbaar op het volgend adres :
WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
J. Wytsmanstraat, 14 - 1050 - Brussel

Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77