Informatie over vleermuizen

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
in samenwerking met
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Overdraagbare en besmettelijke ziekten - Virale ziekten
en
de Vlaamse Gemeenschap van België - Toezicht Volksgezondheid, Infectieziekten en Vaccinatie
bijwerking : juli 2009


  1. Reden voor deze informatiefolder
  2. Rabiës bij vleermuizen in Europa
  3. Overdracht van rabiës bij vleermuizen op de mens
  4. Wat je moet doen als je een vleermuis aantreft
  5. Preventie
  6. Voor toelichtingen

1. Reden voor deze informatiefolder

Vleermuizen zijn vliegende zoogdiertjes (5 tot 45 gram) die leven op zolders, in gebinten, muuropeningen, holle boomstammen of grotten.
Zij overwinteren en zijn uitsluitend van april tot oktober actief. Vleermuizen komen vooral 's nachts naar buiten en voeden zich met insecten waarvan sommigen schadelijk zijn voor de mens. Daarom zijn vleermuizen belangrijk voor het ecologische evenwicht.
Zij zijn nuttig maar fragiel. Hun aantal daalt, onder meer door de wijziging van hun natuurlijke woongebied en het gebruik van pesticiden. In Europa worden vleermuizen beschermd door de wet op de bescherming van het milieu. Het is ten strengste verboden om vleermuizen te doden, te vangen, te vervoeren (levend of dood) en te verhandelen.
Deze informatiefolder geeft praktische informatie over wat je moet doen als je een levende, zieke of dode vleermuis aantreft.


2. Rabiës bij vleermuizen in Europa

Sinds de jaren 1970 zijn in veel Europese landen gevallen van rabiës bij vleermuizen gediagnosticeerd (Figuur 1). De zoogdiertjes kunnen door het lyssavirus genotype 5 (European Bat Lyssavirus 1 - EBL1) of genotype 6 (EBL2) worden besmet. Tussen 1997 en 2003 werden in Nederland 261 gevallen gediagnosticeerd, in Denemar-ken 214 en in Duitsland 152.
 
Figuur 1 : Verspreiding per land van het aantal vleermuizen [en personen] besmet met EBL1 of EBL2, 1977-2003
Bron : Rabies Bulletin Europe, OMS
 
In België is nog geen enkel geval van rabiës bij vleermuizen gediagnosticeerd. De 77 analyses die het referentielaboratorium tussen 1989 en 2003 uitvoerde, bleken negatief.
De virussen EBL1 en EBL2 zijn verwant aan het klassieke rabiësvirus genotype 1 (Figuur 2).
 

Figuur 2 : Epidemiologie van bosrabiës in Europa
Source : W.I.V.
 

3. Overdracht van rabiës bij vleermuizen op de mens

In het algemeen vertonen vleermuizen met rabiës geen karakteristieke klinische symptomen. Zij kunnen wel afwijkend gedrag vertonen : zij laten zich benaderen, kunnen moeilijk vliegen of bijten een persoon zonder duidelijke reden.
Rabiës bij vleermuizen is overdraagbaar op de mens. De ziekte is bovendien dodelijk als niet snel een behandeling wordt ingezet.
De besmetting gebeurt door een beet, krab of lik van een vleermuis die met rabiës is besmet.
Er is geen besmetting van mens op mens mogelijk.
Voor de algemene bevolking blijft het risico gering.
Tussen 1977 en 2003 zijn in Europa acht personen door vleermuizen besmet : 3 in Oekraïne, 2 in Rusland, 1 in Finland, 1 in Letland en 1 in Engeland (Figuur 1).


4. Wat je moet doen als je een vleermuis aantreft

  • Wanneer je in een bewoonde ruimte een levende vleermuis aantreft, open je het venster, doof je het licht en verlaat je de ruimte : de vleermuis vindt de weg naar buiten met behulp van haar sonar.
  • Wanneer je een zieke vleermuis aantreft of een vleermuis die zich vreemd gedraagt omdat zij overdag actief is, niet in staat lijkt te kunnen vliegen, zich laat benaderen of omdat zij zich op een ongewone plaats bevindt, raak je het diertje niet aan.
    In dit geval is het raadzaam om contact op te nemen met het dichtstbijzijnde vogelopvangcentrum (Tel. : 02/521 28 25) voor in het wild levende inheemse diersoorten. Dit centrum zal de vleermuis verzorgen en zo snel mogelijk weer vrijlaten.
  • Wanneer je een dode vleermuis aantreft, is het raadzaam om snel te bellen naar het referentielaboratorium, dat dag en nacht bereikbaar is op het nummer 02/373 31 11. Dit referentielaboratorium zal het diertje komen ophalen en analyses uitvoeren om de aanwezigheid van het rabiësvirus op te sporen.
  • Wanneer je in contact bent gekomen met een vleermuis (opgelet : je kan ongemerkt worden gebeten), moet je de wonde zorgvuldig met Marseillezeep schoonmaken, met water spoelen, een antisepticum aanbrengen en snel een arts raadplegen. Deze zal je zo nodig naar het centrum voor antirabiësbehandeling verwijzen.

5. Preventie

Vooral personen die vleermuizen verzorgen, vleermuisonderzoekers en speleologen lopen het risico om besmet te worden.
Deze personen worden aangeraden om zich preventief tegen rabiës te laten vaccineren. Het vaccin, toegediend door het centrum voor antirabiësbehandeling en gedeeltelijk terugbetaald door het RIZIV, bestaat uit drie inspuitingen op dag 0, 7, 28, een herhalingsdosis na 1 jaar en vervolgens een herhalingsdosis om de 5 jaar.
Tot besluit nog even dit. Het gebeurt, hoewel zelden, dat mensen met rabiës worden besmet. Dit kan alleen wanneer besmet materiaal, bijvoorbeeld speeksel, rechtstreeks in contact komt met de ogen, de neus, de mond of met een wonde.
Rabiës is een dodelijke ziekte en dus is het voor de volksgezondheid van belang dat :
- contact met vleermuizen wordt vermeden als je niet preventief bent gevaccineerd,
- de ontwikkeling van de ziekte wordt voorkomen door een antirabiësbehandeling te volgen als je bent blootgesteld.
De impact van rabiës bij vleermuizen op de volksgezondheid is op dit moment gering.

Kortom, als je een vleermuis aantreft

  • bescherm ze en dood ze niet,
  • bescherm jezelf en raak de vleermuis niet aan,
  • raadpleeg de dichtstbijzijnde arts als je bent gebeten,
  • contacteer het referentielaboratorium als je een dode vleermuis aantreft.

Voor toelichtingen

WIV-ISP, OD Overdraagbare en besmettelijke ziekten - Virale ziekten
Engelandstraat 642 - 1180 - Brussel
Dr. S. Van Gucht, tel. : 02/373 31 11
E-mail : rage@wiv-isp.be

Vlaams Gewest : AMINAL, tel. : 02/553 75 03
Brussels Instituut voor Milieubeheer, tel. : 02/775 79 01
Koninklijk Instituut Natuurwetenschappen van België, tel. : 02/627 43 54

Referenties :
www.mina.be
www.vogelbescherming.be
www.ibgebim.be
www.pasteur.fr/recherche/rage

Deze brochure is verkrijgbaar op het volgend adres :
WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
J. Wytsmanstraat, 14 - 1050 - Brussel

Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77