Informatie over bronchiolitis

Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid (WIV-ISP), OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
in samenwerking met
de Vlaamse Gemeenschap van België - Toezicht Volksgezondheid, Infectieziekten en Vaccinatie
bijwerking : juli 2009


  1. Waarom een folder over bronchiolitis?
  2. Wat is bronchiolitis?
  3. Hoe uit bronchiolitis zich?
  4. Hoe wordt bronchiolitis gediagnosticeerd?
  5. Hoe wordt bronchiolitis overgedragen?
  6. Waar komt bronchiolitis voor?
  7. Wie kan bronchiolitis krijgen?
  8. Wanneer kan men bronchiolitis krijgen?
  9. Hoe wordt bronchiolitis behandeld?
  10. Preventieve maatregelen in de epidemische periode
  11. Er is geen reden tot paniek!
  12. Voor meer informatie

1. Waarom een folder over bronchiolitis?

Elk kind jonger dan 2 jaar kan bronchiolitis oplopen. Het betreft een virale infectie die meestal door een respiratoir syncytiaal virus (RSV) wordt veroorzaakt. De infectie komt vaak voor en kent meestal een gunstig verloop maar voor de allerkleinsten kan bronchiolitis toch gevaarlijk zijn.
Met behulp van deze folder wensen wij de ouders van jonge kinderen over bronchiolitis te informeren en een reeks preventieve maatregelen voor te stellen om de aandoening te voorkomen.
Het W.I.V. (Afdeling Epidemiologie) centraliseert de surveillance van infectieuze aandoeningen via een netwerk van peillaboratoria, waaronder RSV-infectie. De helft van de laboratoria voor microbiologie in ons land zijn bij het netwerk aangesloten.
Gemiddeld diagnosticeert het netwerk meer dan 4000 RSV-gevallen per jaar.


2. Wat is bronchiolitis?

Bronchiolitis is een acute virale infectie van de onderste luchtwegen, ter hoogte van de bronchioli (fijne vertakkingen van de bronchi).
De incubatieperiode duurt 3 tot 5 dagen, het virus ontwikkelt zich in het epithelium tussen neus- en keelholte en verspreidt zich in de luchtwegen.
Het kind geneest meestal binnen de 5 à 10 dagen na het begin van de infectie, ook al blijft het soms nog 2 à 3 weken hoesten.


3. Hoe uit bronchiolitis zich?

De ziekte begint meestal met een lopende neus, droge hoest en een beetje koorts. Er kunnen ook andere symptomen optreden, zoals een verminderde eetlust, bleekheid, rusteloosheid en zelfs cyanose (blauwe verkleuring) van handen en voeten.
De volgende dagen zal de hoest toenemen en productief worden. Door de opstapeling van secreties in de bronchi kunnen ook ademhalingsmoeilijkheden optreden. Een piepende ademhaling is kenmerkend voor bronchiolitis bij zuigelingen.
In de week volgend op de infectie zullen de symptomen beetje bij beetje verdwijnen maar het kind kan nog enkele weken blijven hoesten.
Bij de eerste RSV-infectie vertoont 25 tot 40% van de kinderen symptomen van bronchiolitis; 0,5 tot 2% van deze gevallen heeft te kampen met een ernstige vorm van de infectie waardoor opname nodig is. In geval van herinfectie zijn de symptomen meestal minder ernstig.
Net zoals alle andere virale infecties, kan het RSV het immuunsysteem verzwakken en de ontwikkeling bevorderen van een virale of bacteriële herinfectie die gepaard gaat met hoge koorts.


4. Hoe wordt bronchiolitis gediagnosticeerd?

De diagnose is voornamelijk klinisch. Het virus kan worden opgespoord in een staal van lavagevloeistof uit de neus- en keelholte. De analyse wordt door het ziekenfonds terugbetaald.


5. Hoe wordt bronchiolitis overgedragen?

Het RSV-virus wordt overdragen via speekseldruppeltjes die vrijkomen bij het niezen of hoesten of via zwevende stofdeeltjes in de lucht.
Het virus wordt overgedragen via de luchtwegen, bij rechtstreeks contact met een besmette persoon of bij onrechtstreeks contact met een besmet oppervlak of voorwerp.
Het dringt in het lichaam binnen via de slijmvliezen van de neus of de mond.
De overdracht gebeurt voornamelijk in het prille begin van de infectie. Het virus weerstaat enkele uren aan de omgevingstemperatuur.


6. Waar komt bronchiolitis voor?

In 2008 zijn in alle arrondissementen van het land geval-len van bronchiolitis vastgesteld (Figuur 1).
Figuur 1 : Indeling van de incidentie van RSV-infecties per arrondissement (Aantal gevallen/100.000 inw.; 2008)
Bron : Netwerk van peillaboratoria (W.I.V.)


7. Wie kan bronchiolitis krijgen?

De meeste infecties worden vastgesteld bij kinderen jonger dan 2 jaar en in het bijzonder bij kinderen jonger dan 1 jaar (Figuur 2).
Lopen een groot risico om een ernstige vorm van bronchiolitis op te lopen :

  • prematuurtjes,
  • baby's jonger dan 1 maand,
  • kinderen met een aangeboren hart- of longafwijking, mucoviscidose of immuniteitsdeficiëntie,
  • kinderen die vaak aan tabaksrook worden blootgesteld,
  • kinderen van wie de moeder astmapatiënte is, vaak bronchitis heeft of die tijdens de zwangerschap heeft gerookt.

Uit de literatuur blijkt dat ook bij volwassenen, vooral oudere personen, gevallen van bronchiolitis worden vastgesteld.

Figuur 2 : Leeftijdsverdeling van patiënten met een RSV-infectie (2008)
Bron : Netwerk van de peillaboratoria (W.I.V.)


8. Wanneer kan men bronchiolitis krijgen?

In België beginnen RSV-infecties in het algemeen vanaf week 40 en dus begin oktober. Zij eindigen heel vaak in week 15 en dus eind maart. Het grootste aantal gevallen wordt doorgaans in week 50 en dus half december vastgesteld.
In 2008 begon de toename 2 weken vroeger dan voorheen (week 38). Het hoogste aantal gevallen is eveneens 2 weken eerder vastgesteld, namelijk in week 48. Deze verschuiving werd ook in Frankrijk waargenomen (www.eiss.org).
Daarbuiten worden geen epidemies vastgesteld (Figuur 3).

Figuur 3 : Wekelijkse verdeling van RSV-infecties (1996 - 2008)
Bron : Netwerk van de peillaboratoria (W.I.V.)


9. Hoe wordt bronchiolitis behandeld?

  • Voor de meeste kinderen met een lichte infectie is geen specifieke behandeling nodig en moeten alleen de symptomen worden behandeld (in ieder geval moet de koorts worden verminderd). Het is raadzaam om regelmatig de neus van de patiënt vrij te maken, het kind vaak te laten drinken en zijn maaltijden te spreiden. Bovendien moet de ruimte goed worden verlucht en tabaksrook worden vermeden.
  • Geef geen hoestsiroop aan het kind !
  • Soms zijn aërosols of inhalatiemiddelen nodig om vernauwing van de bronchi tegen te gaan.
  • De arts schrijft soms ook kinesitherapie voor om de opgestapelde secreties in de bronchi weg te werken. Deze therapie is misschien indrukwekkend maar levert in het algemeen uitstekende resultaten op.
  • Wanneer het kind grote moeilijkheden ondervindt om te ademen of te eten, moet het worden opgenomen omdat er dan hypoxemie (een verminderd zuurstofgehalte in het bloed) en/of dehydratatie dreigt. In het ziekenhuis kan het kind opgevolgd worden om zo nodig zuurstof te krijgen en te voeden met behulp van een sonde tussen neus en maag. In enkele zeldzame gevallen is kunstmatige ademhaling nodig.

10. Preventieve maatregelen in de epidemische periode

  • de handen wassen alvorens en nadat men een ziek kind verzorgt (met eenvoudige zeep kan het virus al onwerkzaam worden gemaakt),
  • rokerige ruimten en roken in het bijzijn van het kind vermijden,
  • fopspenen, kopjes, glas of bestek van een ziek kind niet in de mond nemen,
  • een gezond kind niet in dezelfde kamer als een ziek kind laten slapen,
  • baby's jonger dan twee maanden niet in al te drukke ruimtes laten komen,
  • verkouden broers en zusjes geven best geen kus aan de baby,
  • geen bevuilde zakdoeken laten slingeren,
  • regelmatig het stof afnemen : in het duister kunnen pathogene microben dagenlang in het stof overleven,
  • overdag de overgordijnen openen want zonlicht doodt bacteriën, zelfs doorheen het venster,
  • de kamer van het kind dagelijks verluchten en de temperatuur onder de 19°C houden,
  • preventieve profylaxe met een maandelijkse intramusculaire injectie is alleen beschikbaar voor kinderen die een groot risico (1) lopen op een RSV-infectie (prematuurtjes); voor toelichtingen kan u terecht bij de kinderarts,
  • ook al wordt eraan gewerkt, er is nog geen vaccin beschikbaar waarmee actieve immuniteit voor RSV kan worden verworven.

11. Er is geen reden tot paniek!

  • Bronchiolitis is een veelvoorkomende en heel besmettelijke maar meestal goedaardige infectie waarvoor een ondersteunende behandeling bestaat.
  • Reageer zo snel mogelijk en raadpleeg een arts of kinderarts zodra de eerste symptomen optreden, in het bijzonder wanneer het kind moeilijk ademt of eet.
  • Neem de preventieve maatregelen zo goed mogelijk in acht van oktober tot maart.

Voor meer informatie

WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77

Referenties en nuttige adressen :
(1) BS 26/11/2002
The RSV Info Center
Réseau Proteus

Deze brochure is verkrijgbaar op het volgend adres :
WIV-ISP, OD Volksgezondheid en surveillance - Infectieziekten in de algemene populatie
J. Wytsmanstraat, 14 - 1050 - Brussel

Mevr. G. Ducoffre, tel. : 02/642.57.77