APH 2004, 62, 291 - 314 :

Op zoek naar de residentiële verblijfsduur van zorgbehoevende bejaarden.

G. Van Camp-Van Rensbergen, H. Prims

Keywords: nursing home, length of stay, determinants, dementia

Een berekende, exacte residentiële verblijfsduur van zorgbehoevenden lag in onze studie op 22 maanden (1998) en 18 maanden (2000) met een standaarddeviatie (SD) van respectievelijk 24,5 en 23,8. De statistische analyse van 4 determinanten (leeftijd, geslacht, zorgbehoefte en soort pathologie) toont dat psychische aandoeningen de langste verblijfsduur laten optekenen. Na pathologie beïnvloeden in afnemende volgorde geslacht, zorgbehoefte en leeftijd de verblijfsduur.
Vrouwen verblijven beduidend langer dan mannen; zorgbehoefte op zich heeft weinig invloed, doch een optimale zorgbehoefteregistratie beïnvloedt des te meer de berekening van de verblijfsduur; de invloed van leeftijd is minimaal. Omdat contextuele variabelen, met name uitstellen van opname door
‘rekbaarheid’ van mantelzorg evenzeer een rol spelen kan een link tussen verblijfsduur en kwaliteit niet gelegd worden. Een capaciteit van 35.000 à 40.000 benodigde ‘RVT’-bedden werd geschat op basis van de geldende demografische cijfers, gebruikspatronen en de diversiteit van het aanwezige zorgaanbod anno 2000. Verblijfstijden hebben vooral een belangrijke signaalfunctie met betrekking
tot discrepanties tussen vraag en aanbod. Als verblijfstijden té lang worden, kan er iets mis zijn met de gevoeligheid van de zorgbehoeftecriteria of is er een tekort aan alternatieve zorgoplossingen. Veel bejaarden gaan nu nog naar een rusthuis omdat er gebrek is aan serviceflats. Als verblijfstijden té kort worden, is er iets mis met de doelgroepen. Dan zijn de RVT’s geen thuisvervangend milieu meer voor zwaardere zorgbehoevenden om er de laatste jaren van hun leven omringd door comfortzorgen door te brengen, maar worden het veeleer sterfhuizen, wat zeker niet de oprichtingsgedachte was.